Kernbegrippen
Intelligentie:
Een intelligentie is volgens Gardner de bekwaamheid een probleem op te lossen of een resultaat aan te passen, die ten minste in xe9xe9n cultuur gewaardeerd wordt.
Intelligenties zijn vaardigheden die de mensen allemaal in zich hebben, als kwaliteiten die niet vastliggen, maar juist steeds ontwikkeld kunnen worden. Een intelligentie is dus niet een vaststaand iets dat niet meer veranderd kan worden, zoals veel mensen denken.
Meervoudige intelligentie:
Meervoudige intelligentie is gericht op acht intelligentiegebieden waar je je als persoon in kunt ontwikkelen.
Fragment:
mms://icarus.noterik.com/new/meervoudige_intelligentie.wmv
- Verbaal- linguxefstisch
Deze intelligentie wordt ook wel de talige intelligentie genoemd. Als een kind gebruik maakt van deze intelligentie, dan gebruikt hij/zij vooral de taal als middel om de wereld te begrijpen. Deze intelligentie stelt het kind in staat om gemakkelijk te denken in (abstracte) woorden en woorden in het algemeen gemakkelijk te gebruiken. Het gaat om kinderen die: vaak ontdekken wat ze denken als ze hardop praten, uren kunnen lezen, gemakkelijk iets horen en het beste leren als zij zowel kunnen spreken, luisteren, lezen als schrijven. Vaak zijn het ook kinderen die altijd om uitleg vragen.
- Logisch- mathematisch
De logisch-mathematische intelligentie wordt gekenmerkt door het gebruik van analytische, logische, en in elk geval geordende stapjes in de denkstructuur. Deze kinderen kunnen gemakkelijk denken in getallen, hoeveelheden en zien snel logische verbanden. Deze kinderen willen eigenlijk alles heel precies weten en je moet dat ook heel geordend en systematisch doen, voordat zij het echt (goed) kunnen begrijpen. Dit is in tegenstelling tot de verbaal-linguistische intelligentie, waar je kunt volstaan met een omschrijving van een begrip. Voor deze groep leerlingen zou dat begrip heel fijn uitgelegd moeten worden om begrepen te worden.
- Visueel- ruimtelijk
Bij deze intelligentie moet het kind zich de zaken ruimtelijk (of in beelden) kunnen voorstellen. Het kind moet iets kunnen zien om het te kunnen begrijpen wat je als leerkracht vraagt of wat je met iets bedoelt. Dat beeld kunnen de kinderen vormen met behulp van taal, afbeeldingen of figuren. Op die manier zijn kinderen in staat om situaties en problemen voor zich te zien en er op die manier mee te werken.
- Tactiel- motorisch
Bij deze intelligentie moet je denken aan de kinderen die altijd alles maar in de handen moeten hebben, moeten voelen. Zij kunnen op een intelligente manier dingen manipuleren.
Deze kinderen leren het beste door dingen te doen, door te bewegen of door iets uit te drukken. De kinderen begrijpen iets ook het beste, als de leerkracht de handeling voordoet, maar vooral als zij de handeling zelf kunnen uitvoeren. Deze kinderen gebruiken het lichaam, of delen ervan, om een probleem op te lossen, iets te begrijpen, iets uit te drukken of iets te maken.
- Muzikaal
De kinderen die deze intelligentie bezitten, hoeven niet goed te kunnen zingen, het gaat er vooral om dat zij goed maat, ritme en herhaling kunnen voelen en produceren. Sommige kinderen kunnen bijvoorbeeld goed een muziekstuk zingen of componeren, anderen horen in het tikken van de wielen van een trein op de rails een ritme. Sommige kinderen x91moetenx92 ook ritmisch bewegen om na te kunnen denken, dit leidt soms tot het tikken met een potlood op de tafel. Als deze kinderen lang naar een monotoon verhaal moeten luisteren, stopt hun denken. Er is namelijk geen ritme te herkennen.
- Naturalistisch- ecologisch
Het kenmerkende van de naturalistisch- ecologische intelligentie is de vaardigheid om grotere verbanden of samenhangen te (kunnen) zien. Vaak wordt deze intelligentie in verband gebracht met de natuur. Kinderen worden door het observeren van natuurverschijnselen aan het denken gezet. De kinderen houden ervan om buiten te zijn en zien daar gemakkelijk patronen, belangrijke kenmerken
- Interpersoonlijk
Interpersoonlijk betekent eigenlijk gericht op elkaar. Het gaat bij deze intelligentie dus om de vaardigheid om te leren van en met elkaar. De kinderen zijn in staat om anderen te begrijpen, aan te voelen, te begeleiden en ook te manipuleren. Bij deze intelligentie denken de kinderen vooral door met anderen over hun gedachten te praten. De kinderen zijn erg gevoelig voor stemmingen van anderen: zij voelen die als eerste en weten hier goed mee om te gaan. Ook zijn zij in staat een groep te leiden en daarbij een opdracht tot een goed einde te brengen.
- Intrapersoonlijk
Bij de intrapersoonlijke intelligentie gaat het juist om de vaardigheid om na te (kunnen) denken over het eigen handelen, zelfreflectie toe te passen, om daar weer van te leren. Deze kinderen hebben goed toegang tot de eigen gevoelens en emoties. Zij hebben een realistisch zelfbeeld en zijn in staat om voor zichzelf realistische doelen te stellen.
De kinderen werken vaak zelfstandig, zij weten wat ze willen en wat zij kunnen. Vaak denken zij innerlijk en kunnen zich niet goed concentreren als er om hen heen gepraat wordt of andere geluiden zijn.
Adaptief onderwijs
Adaptief onderwijs is onderwijs waarbij je rekening houdt met de behoefte van het kind. Je kijkt naar wat het kind nodig heeft, wat het kind wil en welke behoefte aan instructie het kind heeft.
Bij adaptief onderwijs wordt rekening gehouden met een drietal basisbehoeften van leerlingen: relatie, competentie en autonomie.
Onder de basisbehoefte ‘relatie’ wordt verstaan dat leerlingen zich geaccepteerd voelen, dat ze erbij horen, dat zij het gevoel hebben welkom te zijn en dat zij zich veilig voelen.
Onder de basisbehoefte ‘competentie’ wordt verstaan dat leerlingen ontdekken dat ze de taken die ze moeten doen, aankunnen en dat ze ontdekken dat ze steeds meer aankunnen.
Onder de basisbehoefte ‘autonomie’ wordt verstaan dat de leerlingen weten dat ze (in elk geval voor een deel) hun leergedrag zelf kunnen sturen.
Fragment:
mms://icarus.noterik.com/new/adaptief_onderwijs.wmv
Breinvriendelijk leren
Uit onderzoeken wordt informatie gehaald die het leren van de leerlingen kunnen stimuleren. Veel informatie zijn al in nieuwe leertheoriexebn te vinden en worden daardoor dus onderbouwd en ondersteund, dit noemen we breinvriendelijk leren.
Emotionele intelligentie
Emotionele intelligentie is het vermogen van leerlingen om adequaat met eigen emoties om te gaan. Dit vermogen is erg belangrijk bij het slagen in werk en persoonlijke relaties.
Leerstijlgericht leren
Leerstijlgericht leren wil zeggen dat je bij het leren let op de manier waarop je leert en daar ook beter in wilt worden.
Samenwerkend leren
Het samenwerkend leren vindt plaats wanneer de leden van de groep de kennis uitwisselen en onderzoeken. Zij gaan daarbij uit van een gemeenschappelijke behoefte en een gemeenschappelijk thema of een gemeenschappelijke kern. Bij het samenwerkend leren wordt het onderwerp samen uitgewerkt. De leerkracht geeft dan eigenlijk geen les (de docent is ook een deel van de groep; of er is geen docent), maar stimuleert en coacht het samenwerken vooral.
Human Dynamics
Human dynamics gaat uit van 3 principes, Mentaal, Emotioneel en Fysiek. Elk principe zit in je, alleen niet ieder principe komt in dezelfde mate tot uiting. De principes bepalen hoe jij als persoon in het leven staat. En bepalen hoe jij met bepaalde situaties omgaat, dingen leert of doet.